kinderbankje

het zit op haar eerste eigen plekje.
met lach van kinds geluk.

is het werkelijk zo, nu –

dat dat er steeds minder is.

dat dat oude tafereeltje verdwijnt in zurigheid.
dat dat verdwijnt in strijd om.

die het onvrolijke uit en, en het kleine vergeet.

en verdwijnt in een groffe grote wereld, vol schalkse vraagtekens.

waar links en rechts elkaar tegengewicht geeft.
die nieuw wil doen, maar eigenlijk heel oud doet.

het buurt bankje

dwalend tussen groep,s meningen.
cynisch en kijkende naar de strijd tussen.

vervreemding van oude gewoonten.
en alles toch steeds weer zoekt naar.

maar ja,toch zijn er die nieuwe gewoonten, die schijnen er te zijn en ook weer niet.
vaag, als het tijdsbeeld, die er is en ook weer niet.

het buurt bankje, staat neutraal te wenen.
als stille getuige van de tijd.
als vluchtig sensatie nieuws.

waar vandaag niets meer wil weten van gister.
en nu pret vervaagt, in grijze tonen.
in depri nu leegtes.

in balans gedoe, die nergens over gaat.
en hoe onprettig zou zijn als jij er niet meer stond.

                                    
    

Betrokkenheid,s bankje

een grijze bankje staat in het vredige groen.
als een schaap die vredig graast.

weinigen, weinigen die jou plek kennen, daar aan het wad.
bij het kleinste haventje van land.

waar alles verbeelding weidsheid heeft.

en de zee daar vaak kleurt, in onbeschrijfelijke kleuren.
waar het ruikt naar zeegroen.

en de garnalenvisser al heel lang niet meer uitvaart.

en het bankje ooit gebouwd is voor …

en dijk zichten eindeloos spelen met grasgroen licht.
als het leven, wat er eindeloos voelt.

                                    
    

oude ogen

oude ogen doen een middagdutje.
en dromen tevreden weg in een klein lief raam zonnetje.
alsof het kind even kijk naar oma.

en de rust van haar dommelende gedachten ziet.
en rent naar haar de speeltuin, met een vredig gevoel.
en rent door een tijd die nooit lijkt te veranderen. 

                                    
    

ontheemd

een bevroren diepe droom, ontdooit in de diepe nacht.
het lege papier vindt onbewust zijn bestemming, in de morgen.
en gedachten speelt met een wonderlijke prettige leegte.
ver van de dagelijkse gewoonten, en automatisme.
ontheemd, van zonnewarmte en warme straatbeelden.
en toch, zo natuurlijk; en wachtende op, als een bevroren tuin.
die zich spaart, om straks weer te stralen.

.   

                                    
     

Fragmenten Tijd

nieuwe tijd, fragmenten snel.
hier hap, en daar een slok.

ik mis je pure emotie, in het vergeetachtige, die het korte termijn geluk laat proeven.

een nieuw spelletje, een nieuwe opwinding.
een nieuw vervlakt oppervlakkig genot.
steeds een beetje meer, op zoek naar dopamine.

natuur, ik mis je puurheid – en kippenvel.
ik mis je verdieping – en geduld.
ik mis je ware aart.
ik mis je natuurlijk vergaan – en komen

Straatventer

hierdoor, daardoor.

en altijd een schaduw van, die hij met zich draagt – op straat.
een straat stem, die stil lacht en huilt.

een schimmen gezicht, met ondoorgrondelijke ogen.

die zegt: waar ben je, wie ben je.
en ziet wolken in haar hoofd, die niemand ziet.

zei die versmelten, met de straat, als dromerige voorbijganger.
en hij: die haar troost, met een niet geschreven straat gedicht, die haar angst en verveling verdrijft. 

                                    
    

zonder naam

een klein geheim.

propaganda warmte, die schoonheid verkondigt.
ontwakende in onprettige sociale sferen, die rondwandelen in dromen

misschien, misschien worden ze nooit meer vervult, en komen ze nooit weer tot leven.

ze zijn gegaan in gelaten verbitterde zoete smaakt, ze wisten het niet.

in het verborgen licht van het geheim, die niet echt een gezicht mocht hebben.

die spreek in het nu over het toen gegeven, met het geweten van nu.

en dat wat geen naam had, een naam geeft.

                               

    

rood is rood en blauw is blauw.

ze troost, met schaduw verschijnsels.
ze spreekt, in stille natuur momenten.
maakt, mama geluiden.

verandert, door aantasting van de mens.
aangepast slaafs, maak je ons duidelijk wie je bent.

met haar stoornissen, die een ieder heeft, zeg ze.

gewoon, zonder doel, ben je.
in deze absurdistische warboel.
die herder en raadgever tegelijk wil zijn.
in deze janboel, die speelt met de tijd.

niet rood doet, niet blauw doet

nier vecht met geleden grijs, en het verjongde groen.

zonder nut vindend in verklaringen, zonder stilstaand beeld.

met nachtelijk evaluatie, die rust geeft aan de geest.

het vertrouwde licht

het vertrouwde licht geeft  rust en vertrouwdheid.
ik blijft, ‘ reeds,  jaren weg van achtergebleven hekel-blij gedoe.
die grossiert in meningen , vol halve waarheden.
troost, vult mijn creatieve  leegte.
een dialoog zonder, een dialoog met, het lijkt in de licht-leegte te moetenverschijnen,  als acceptatie.
zo vergaat de tijd;  die laat oefenen; het spel : wat geduld heet.
en in het  koude  realisme, ‘ berust.