zijn tuinbankje.

vriendelijk zat hij te kijken naar.
zijn tuin bankje en hij, waren van dezelfde leeftijd.

hij zat erop, alsof het zijn oude peer was.
het oude tuingereedschap was nog van…, zei hij me ooit.

we keken naar zijn opkomend gewas, wat toen nog natuurlijk geboren werd, als seizoen,s producten.
we keken met dezelfde vreugde, als hij dat de eerste keer deed.

wegzappen was er toen nog niet bij.

het natuurlijke zocht zijn simpele dagelijkse verdieping.
en bezat nog zo weinig vlucht, en zocht vruchtbaarheid.

we begrepen de wereld nog een beetje.
in een natuurlijke meditatie, die keek naar wat het land schept.

Mag

het mag in een grap.
het vult het gat van leegte
verdwijnt in  rauwe verhalen, die dood verkopen.

met te veel ik.
wat voorkomt in onbegrepen wensen.
tevredenheid schreeuwt zelden, onbevredigd.
theorie les, geeft het niet

magere fantasie, verdwijnt in een armoede van woorden.
die vergeelt en gevangen zit in vastgeroeste zinnen.

die in oeroude standaard taal groet, waarin het slechts zichzelf herkent.

en praat over oude koeien.

                                    
    

nocturne

de maan straalt in zacht nachtlicht
het hemels wolken zwart speelt een nocturne.
dromerig, glijden de wolken van hun plek.

een koude geur, begeleid mij door eenzame straten, als een trouwe hond.
mijn droge lippen, verlangen naar een beetje vocht.
tere sterren staan heel ver weg, als vrolijk spelende lichtpuntjes.
mijn eigen koude adem tekent mooie wazige plaatjes.

ik hoor pan in de verte fluiten, of is het een oude nachtegaal – die gaat slapen.
en zijn laatste afscheid,s tonen zingt, van de dag.

rust, die deze zachte piano tonen willen geven.

Naleving

                                    
gedachten gaan losjes voort.
niets wat ergens van moet ontgiften.
en wegzinkt in zwartgalligheid.
wegzinkt in bemoeizucht.

los van moeilijk.
die leed koestert, op straat.
die oude pijn wakker wil houden.
als een soort schijn houden van.

weg van eeuwig beklag.
en overdadige uit de hand gelopen hulp.
vrij van innerlijk remmingen.
weg van dat straat beklag.
die houd van doelloze narigheid.

die in feite in niet meer meld dan, ik verveel me zo.

     

het Drees bankje

maatschappelijk rood, nabij het oude kerkhof.
bij het groen, nabij die oude rode beuk, met zijn fraai takken-gestel.
omgeven met gebouwen, die vertellen over mijn dorp

de oude fabrieksarbeider zit er in fabriek,s rust – tijden, te wachten op.
de wereld van oude straatventers leeft er zo nu dan weer op.

de stemming is er al eeuwig rood, en lijkt dat voor eeuwig te zijn.
waar alles wat onder en boven het maaiveld uitsteek tot doelwit wordt.

onder het motto: doe maar gewoon.
en ik me heel vaak heb afgevraagd, waar gewoon eigenlijk over gaat. 

                                    
    

kinderbankje

het zit op haar eerste eigen plekje.
met lach van kinds geluk.

is het werkelijk zo, nu –

dat dat er steeds minder is.

dat dat oude tafereeltje verdwijnt in zurigheid.
dat dat verdwijnt in strijd om.

die het onvrolijke uit en, en het kleine vergeet.

en verdwijnt in een groffe grote wereld, vol schalkse vraagtekens.

waar links en rechts elkaar tegengewicht geeft.
die nieuw wil doen, maar eigenlijk heel oud doet.

het buurt bankje

dwalend tussen groep,s meningen.
cynisch en kijkende naar de strijd tussen.

vervreemding van oude gewoonten.
en alles toch steeds weer zoekt naar.

maar ja,toch zijn er die nieuwe gewoonten, die schijnen er te zijn en ook weer niet.
vaag, als het tijdsbeeld, die er is en ook weer niet.

het buurt bankje, staat neutraal te wenen.
als stille getuige van de tijd.
als vluchtig sensatie nieuws.

waar vandaag niets meer wil weten van gister.
en nu pret vervaagt, in grijze tonen.
in depri nu leegtes.

in balans gedoe, die nergens over gaat.
en hoe onprettig zou zijn als jij er niet meer stond.

                                    
    

Betrokkenheid,s bankje

een grijze bankje staat in het vredige groen.
als een schaap die vredig graast.

weinigen, weinigen die jou plek kennen, daar aan het wad.
bij het kleinste haventje van land.

waar alles verbeelding weidsheid heeft.

en de zee daar vaak kleurt, in onbeschrijfelijke kleuren.
waar het ruikt naar zeegroen.

en de garnalenvisser al heel lang niet meer uitvaart.

en het bankje ooit gebouwd is voor …

en dijk zichten eindeloos spelen met grasgroen licht.
als het leven, wat er eindeloos voelt.

                                    
    

oude ogen

oude ogen doen een middagdutje.
en dromen tevreden weg in een klein lief raam zonnetje.
alsof het kind even kijk naar oma.

en de rust van haar dommelende gedachten ziet.
en rent naar haar de speeltuin, met een vredig gevoel.
en rent door een tijd die nooit lijkt te veranderen. 

                                    
    

ontheemd

een bevroren diepe droom, ontdooit in de diepe nacht.
het lege papier vindt onbewust zijn bestemming, in de morgen.
en gedachten speelt met een wonderlijke prettige leegte.
ver van de dagelijkse gewoonten, en automatisme.
ontheemd, van zonnewarmte en warme straatbeelden.
en toch, zo natuurlijk; en wachtende op, als een bevroren tuin.
die zich spaart, om straks weer te stralen.

.